Westers denken zal ons noodlottig worden

Prentkunst tussen oost en west
OPZIJ (november 1990)

Caria Kleekamp (1937) woont met haar man en volwassen dochters in een rustige buurt in Hilversum. Haar werkplek is onderdeel van de huiskamer en komt uit op een diepe, met prachtige mossen begroeide Japanse achtertuin. Het moment van ons gesprek valt kort voor haar vertrek naar Japan. Naast alle voorbereidingen voor de reis moet er nog hard worden gewerkt om de etsen klaar te krijgen voor de Grafiek Biennale in het Singermuseum die in november begint. Als er onder tijddruk gewerkt moet worden zoals nu, heeft zij wel eens behoefte aan een ècht atelier maar verder vindt zij het plezierig om te werken binnen de huiselijke sfeer.

Zo'n vijftien jaar is Carla Kleekamp bezig met haar grafisch vak. Tekenen deed zij al als klein kind. Binnnen de familiekring waarin verschillende kunstenaars zaten, werd dat ook gestimuleerd. Toch zat de kunstacademie er niet automatisch in. Pas op latere leeftijd leerde zij etsen in het Cultureel Centrum De Vaart in Hilversum. In 1974 had zij hier haar eerste tentoonstelling. Dat waren toen nog kleine figuratieve etsjes die zij het 'Huisverhaal' noemde. Er kwam meteen een uitgever op af die ze wilde gebruiken als illustraties. Hans Raedecker gaf haar de opdracht voor de Prent van de Maand in het NRC-Handelsblad en zo begon haar bescheiden succes-story. Sindsdien is haar werk geregeld op grafiektentoonstellingen te zien en is haar bekendheid gegroeid. Ook particulieren weten haar te vinden. Zij laat mij prachtige prenten zien van karakteristieke landhuizen uit 't Gooi die zij op verzoek van de eigenaars heeft gemaakt, als aandenken voor de kinderen. Daarbij is zij heel inventief te werk gegaan. Zij combineert bijvoorbeeld het buitenaanzicht van het huis en de tuin met afbeeldingen van de bewoners zelf, en van hun meest geliefde plekjes en voorwerpen in het huis. Heel mooi ook is het Leporelloboek met een uitbeelding van 'De mosterdzaadtuin' waarvan zij een kleine oplage maakt voor de Grafiek Biennale. Een leporello bestaat uit één lange gevouwen strook die als een soort harmonica tussen de kaftjes zit en helemaal uitgetrokken kan worden.

In de loop van de jaren is haar techniek geperfectioneerd en is het etsen een echte passie geworden. Het blijkt steeds weer een avontuur te zijn om haar ideeën via technieken te uiten. Daarbij probeert zij steeds meer franje weg te laten maar zonder de aandacht voor het detail te verliezen. Dit is ook een typisch kenmerk van de door haar bewonderde Chinees-Japanse kunst waarvan zij serieus studie maakt. Ze wordt zowel aangetrokken door de grote betekenis van de lijn in deze kunst als door de oosterse levensfilosofie die gericht is op de mens in relatie tot zijn natuurlijke omgeving. Dit laatste komt ook tot uitdrukking in het sterk esthetische gevoel van de Japanners voor de omgeving als geheel, de omgangsvormen, de interieurs, de gecultiveerde Japanse tuinen en de bereiding van maaltijden.

Vier jaar lang oefende zij zich onder leiding van een Chinese leermeester in het penseeltekenen. Ook daar heeft alles een voorgeschreven ceremonieel. Van de wijze waarop het penseel moet worden vastgehouden tot de lichaamshouding tijdens het tekenen. Verder dan een bepaald punt kon zij daarin niet meekomen omdat zij de aansluiting miste bij de Zenfilosofie die eraan ten grondslag ligt. Uiteindelijk wijst Kleekamp iedere vorm van religie af.

In haar eigen stijl komt deze belangstelling voor de Chinees-Japanse kunst en cultuur duidelijk naar voren. Maar ook haar thematiek heeft vaak het spanningsveld tussen de oosterse en westerse cultuur tot onderwerp. Een voorbeeld hiervan is een serie etsen met als titel 'L'Histoire de l'homme' die zij maakte voor de Grafiek Biennale. In zes opeenvolgende scènes zien wij hoe de mens zich losmaakt uit de natuur en zichzelf centraal stelt als maat voor alle dingen, om vervolgens ten onder te gaan in een oncontroleerbare chaos. Zo verbeeldt zij het westerse denken dat ons in de visie van Kleekamp noodlottig zal worden.

Veel lieflijker van karakter dan 'l'Histoire' is de met aquarelverf ingekleurde ets 'Integratie' (zie afbeelding) waarvan de dieperligggende betekenis is: de positieve waarden van de oosterse en westerse cultuur met elkaar in overeenstemming te brengen. We zien een in traditionele kimono geklede Japanse vrouw, het haar kunstig opgestoken met kleurige kammen. Haar nog onberoerde gezichtje heeft de mysterieus aandoende glimlach van een oosterling. Het is echter het gezichtje van de Mona Lisa van Leonardo da Vinci, die hier door Kleekamp wordt geciteerd. Een portret dat wel is geïnterpreteerd als een zelfportret van Leonardo en dat in deze versie dus kan worden beschouwd als een pleidooi voor zowel de integratie van de twee seksen als die van de oosterse en westerse cultuur.

Het pendant van 'Integratie' is de prent 'A la recherche du temps perdu', een weemoedige, aan Proust ontleende titel die hier verwijst naar de in de westerse cultuur verloren gegane waarden. Opnieuw zien we een in kimono geklede Japanse vrouw in gehurkte houding voor een spiegel zitten. Alles aan haar en aan haar omgeving is kleurrijk; de verschillende dessins van haar kimono harmoniëren mooi met de kleuren en patronen van het tapijt. In schril contrast hiermee staan de in confectiepakken gestoken mannen die langs marcheren op de achtergrond. Identieke, kleurloze figuren die enkel schetsmatig zijn weergegeven, letterlijk zonder hoofd en zonder identiteit. In een wereld bepaald door cijfers en tabellen.

Riet van der linden